WIJ GEBRUIKEN FOODSTYLING, MAAR ALLES IS EETBAAR!

Een gerecht of product kan er van zichzelf al heel smakelijk uitzien, om het op beeld goed uit te laten komen, is nèt dat beetje extra gloss nodig. Zie foodstyling als visagie, we maken een gerecht niet anders, maar laten het nog meer shinen. Precies zoals de producent, de chef of de retailer het bedoeld heeft en de doelgroep het graag wil zien.

Hoe is foodstyling ontstaan?

Foodstyling is ontstaan in de tijd van de analoge fotografie. Foto’s werden meestal gemaakt op dia’s. Deze moesten eerst ontwikkeld worden voordat je het eindresultaat kon bekijken. Was er iets niet naar wens? Dan moest de dia opnieuw gemaakt en ontwikkeld worden. Je kan je voorstellen dat die perfect gebraden kip na een uur of twee op een warme set er niet meer zo perfect uitzag. Daarom begon men met het stylen van eten dat heel de dag op de set kon blijven staan zonder dat het van kleur of vorm veranderde. Tegenwoordig is alle fotografie digitaal, kan je live meekijken op een groot scherm en is er iets niet naar wens is het vaak sneller opgelost in photoshop dan op het bord.

KOKEN VS FOODSTYLING

Alles begint met goede verse ingrediënten en een goed recept, dat geld in een restaurantkeuken, maar ook in de fotostudio. Op een foto zie je meer details dan in het echt. Dan komt warenkennis om de hoek kijken, hoe loopt de draad van het vlees, zodat ik de biefstuk mooi kan trancheren? Hoe lang wok ik die schelpjes zodat ze nog mooi sappig blijven? Hoe lang gaar ik die beef wellington zodat hij mooi rosé is? Kan je niet koken, dan ben je waarschijnlijk ook niet zo’n goede foodstylist. Als al het koken klaar is ga je een bord of een schaal opmaken, daarbij hou je rekening met de kijkhoek van de camera en met de lichtinval op je bord, in je pot of pan. Er zit natuurlijk wel verschil tussen een schnitzel , een hamburger of een softijsje.

FOODSTYLING, EETBAAR OF NIET?

In de meeste gevallen is alles dus eetbaar. We gebruiken geen haarlak om iets te laten glimmen, gebruiken geen motorolie in plaats van stroop en smeren onze kip niet in met schoenpoets en zand. We gaan er vanuit dat jij als klant gewoon alles kan proeven als we klaar zijn met het maken van de foto. Er zijn echter een paar uitzonderingen. Een hamburger wordt vaak laagje voor laagje opgebouwd en her en der ondersteunt met een stukje karton, een speldje voor het blaadje sla en een tandenstoker om het kapje van de brioche net iets meer omhoog te krijgen. Roomijs wordt vaak wel gewoon geschept, uit onderzoek is gebleken dat de consument ijs het lekkerst vindt als het bijna gaat smelten. Softijs smelt natuurlijk supersnel, dus die maken we na. Hij is niet bevroren, maar wel gewoon eetbaar.

HET FOODSTYLEN VAN IJS EN DRANKJES

Bij het stylen van ijs en drankjes gebruiken we wellicht het meeste trucage. We willen natuurlijk dat het glas vol met condensdruppels zit en het glas er ijskoud uitziet. Toch gebruiken we wel vaak echte ijsblokjes, maar spuiten we een mengsel van glycerine en water op het koude glas voor de druppels en gebruiken we een spuitbus met lucht om het glas net voor de foto nog even te bevriezen. Die perfecte schuimkraag op een glas bier? Meestal wordt deze gewoon perfect ingeschonken en op het juste moment gefotografeerd, een kwestie van veel oefenen! De belletjes in een glas champagne weg, drie korreltjes suiker maken een groot verschil. Hoe maken we softijs na? Gewoon met Italiaanse meringue in een spuitzak met een grote kartel, twee kleuren softijs? Geen probleem.